U bent hier

Het spreekuur

1 maart 2014

ANTWERPEN 19/09 - In het VTM-programma Het Spreekuur ziet dokter Jan patiënt David. David is als de dood voor de tandarts. Zijn gebit is er slecht aan toe en ook zijn tandvlees is ontstoken. Hij heeft dringend gespecialiseerde zorg nodig. Daarom verwijst dr. Jan hem naar parodontoloog dr. Tommie Van de Velde, voorzitter van de Belgische vereniging voor parodontologie.

"De patiënt had zowel een zichtbaar probleem als een pijnprobleem. Zijn gebit en zijn tandvlees waren er heel slecht aan toe en hij was vooral bang om er iets aan te doen. Hij heeft een afspraak bij de tandarts altijd uitgesteld; maar de problemen werden alleen maar groter.  Het is een beetje een vicieuze cirkel. Hij durfde niet meer op consultatie gaan waardoor het erger werd, het uitzicht en de pijn was een sociale rem geworden", zo vertelt dr. Van de Velde.

"Hij had last van een gevorderde tandvleesontsteking en uitgebreid tandbederf. Men moet weten dat parodontale behandeling in de Riziv-nomenclatuur zeer beperkt wordt. Het grootste deel van de behandeling wordt dus niet terugbetaald door het ziekenfonds", aldus de parodontoloog.

"Momenteel wordt daarover veel gediscussieerd en komen bepaalde delen van behandeling in de terugbetaling.  Vaak is het zo dat er slechts een klein deel terugbetaald wordt, de rest moet de patiënt uit eigen zak betalen. In tegenstelling wordt een uitneembaar gebit wel vergoed. Dit houdt in dat er soms beslist wordt om tanden die eigenlijk nog te behouden zijn te verwijderen louter omwille van financiële redenen. Nadien kunnen dan problemen ontstaan, zeker wanneer een prothese wordt gemaakt op jonge leeftijd, waardoor de patiënt onvoldoende kan functioneren", licht Tommie Van de Velde toe.

Volgens de paradontoloog is er een grote behandelsnood in België, en een grondige herstructurering is dringend nodig om de bevolking tandsparend te behandelen. "Momenteel zijn er onvoldoende tandartsen en parodontologen om dit te kunnen voorzien, dat kan iedereen merken aan de lange wachtlijsten of zelfs soms patiëntenstop bij sommige praktijken. Er is nood aan hulpkrachten zoals dat in de andere landen is georganiseerd; België hinkt achterop".

Die specialist vindt dat de patiënt moet kunnen behandeld worden in een georganiseerde samenwerking in de zorg. "Ik ben er zeker geen voorstander om de patiënt meteen naar de specialist te sturen. Er moet gewoon meer informatie en meer kennis verstrekt worden  over tandvleesaandoeningen."

"Meedoen aan dit programma was een gelegenheid en een goede zaak om het mankracht- en terugbetalingsprobleem onder de aandacht te brengen. Bovendien ziet men dat er wel oplossingen zijn, maar die kosten heel veel geld als het ziekenfonds bijna niets terugbetaalt", beklemtoont Tommie Van de Velde.

"Hier was het bovendien spectaculair. We hebben alles moeten schoonmaken opdat het tandvlees opnieuw gezond zou kunnen worden. In de bovenkaak was het tandbederf te uitgebreid,  we konden niks anders dan de tanden trekken. Er is geopteerd voor het plaatsen van implantaten gezien de leeftijd van David, dit met een reconstructie er bovenop. Dit kost heel veel geld", zo klinkt het nog.