U bent hier

Afwijkingen

Bijziendheid (Myopie)

Myopie is de gezichtstoestand waarbij de ogen goed van dichtbij kunnen zien, maar personen of voorwerpen veraf wazig lijken. Dit uit zich onder meer in het knijpen met de ogen om scherper te kunnen zien.

Bijziendheid kan verholpen worden met een ooglasercorrectie of een extra lensbehandeling.

Verziendheid (Hypermetropie)

Dit is het tegenovergestelde van bijziendheid. De ogen zien beter veraf dan dichtbij. Verziendheid uit zich onder meer in moeilijkheden bij het lezen en regelmatige hoofdpijn, maar zijn niet te verwarren met leesproblemen die vanaf + 45 jaar kunnen optreden.

Verziendheid kan verholpen worden met een ooglasercorrectie of een extra lensbehandeling.

Astigmatisme (Cilinderafwijking)

Voor een normale gezichtsscherpte moet het hoornvlies van onze ogen een gelijkmatige vorm (kromming) hebben in alle richtingen. Mensen met een astigmatisme hebben een hoornvlies dat in één richting meer gekromd is dan in de andere (zoals een rugbybal in vergelijking met een voetbal). Hierdoor ontstaat een vervormd beeld, te vergelijken met het beeld dat we zien in lachspiegels die voorwerpen heel groot, heel klein of heel dun laten lijken. Mensen met een cilinderafwijking zien zowel op een afstand als dichtbij minder goed.

Astigmatisme kan verholpen worden met een ooglasercorrectie of een extra lensbehandeling.

Presbyopie (Leeftijdsgebonden verziendheid: leesbril)

Presbyopie begint wanneer lezen zonder bril een probleem wordt. Dit komt omdat met het ouder worden het vermogen van uw ooglens om zich scherp te stellen voor dichtbij afneemt. De ooglens is minder soepel en kan zich daardoor niet meer of veel moeilijker focussen.

Dit treedt meestal op vanaf de leeftijd van 45 jaar. Een leesgedeelte kan dan worden toegevoegd aan een eventuele vertebril of in speciale contactlenzen.

Het dragen van een leesbril kan verholpen worden door lensvervanging, een Kamra-ringetje of een Supracor-laserbehandeling.

Aberraties

Uw oog is uniek als een vingerafdruk, met zijn speciale vorm en complexe karakteristieken. Ongeveer 40% van de mensen met zichtproblemen heeft behalve een 'gewone' oogafwijking (bijziendheid, verziendheid en/of astigmatisme) ook last van andere (kleine) afwijkingen in de vorm van uw oog. Deze kunnen lichtverstrooiing veroorzaken met minder scherp zicht tot gevolg. 

De verstrooiingen veroorzaken een patroon in het oog, ook wel aberraties genoemd. Hoge orde aberraties zijn niet te meten met gewone brilmetingen maar kunnen wel zorgen voor minder goed zicht bij schemer, bij avond of bij slecht kunstlicht. Een bril of lenzen kunnen hoge orde aberraties niet optimaal corrigeren.